zondag 4 oktober 2015

Posities op een operatietafel

     Positionering Buikligging

De ligging van een patiënt behoort tot de kerntaken van de verpleegkundige en vereist dus een bijzondere aandacht. Er zijn verschillende liggingen voor een patiënt tijdens een operatie. De rugligging, zijligging, steensnedeligging en de buikligging zijn hier voorbeelden van.

Een operatietafel is tijdens de operatie de belangrijkste plaats voor de patiënt. Daarom is het belangrijk dat de operatietafel aan bepaalde eisen voldoet, zowel qua comfort van de patiënt als specifieke eisen die afwijken van een normaal ziekenhuisbed.
  • Om de chirurg en ander personeel van alle ongemakken te voorzien is een operatietafel ca. 60 cm. breed en minimaal 2 meter lang. Daarnaast moet de operatietafel ook in hoogte verstelbaar zijn. 
  • Een operatietafel heeft 1 centrale poot. Als een patiënt aan de hoofd en voeten wordt geopereerd kunnen de poten van een normaal bed lastig zijn. 
  • De operatietafel zelf is van staal voor de stevigheid maar is doorlaatbaar voor röntgenstraling. 
  • De operatietafel moet over de mogelijkheid beschikken om onmiddellijk in een 'nood stand' te buigen. Dit noemt men de Trenddelenbrug
  • De operatietafel moet goed te reinigen zijn. 
  • Een operatietafel beschikt over een zachte, vervormbaar bekleding. 
We zullen ons nu verder verdiepen in de buikligging. Men onderscheidt 2 soorten: de knipmes houding en de salaamhouding. Deze positionering wordt gebruikt wanneer men:
  • Operaties aan de nek en het achterhoofd uitvoert. Bijvoorbeeld bij de verwijdering van een tumor.
  • Operaties aan de rug of achter zijde van het been uitvoert. Bijvoorbeeld voor het verhelpen van een hernia. 
  • Ingrepen doet aan de stuit. Bijvoorbeeld het verwijderen van de stuit/staart beentje. 
Hierbij komen een paar relevante anamnese vragen te pas die van toepassing zijn op de patiënt. 
  1. Heeft u last van ademhalingsproblemen?
  2. Heeft u eerder in uw leven een operatie ondergaan? En zo ja, waaraan? Waren hier bijzonderheden of complicaties bij opgetreden?
  3. Heeft u klachten aan de schouder-, knie-, elleboog-, nekgewrichten of rug?
  4. Wat is uw ziektegeschiedenis? en die van uw familie?
  5. Bent u nuchter? (voor de operatie)
  6. Gebruikt u medicijnen? zo ja, welke?
  7. Hoe ziet uw voedingspatroon eruit, in verband met decubitus? Krijgt u voldoende eiwitten binnen?
  8. Heeft u een allergie?
  9. Rookt u?
Voor deze buikligging zijn een paar tafelaccessoires en polstermaterialen noodzakelijk:
  • Armsteunen
  • Rol voor de bekken
  • Kussen/rol voor onder de thorax
  • Rol voor onder de onderbenen
  • lang kussen voor onder de knieën. 
Patiënten die in deze toestand geopereerd worden krijgen gehele anesthesie. De anesthesie wordt toegediend in rugligging waarna de patiënt wordt omgedraaid. Er wordt voor algehele anesthesie gekozen omdat controle op spontane ademhaling bij een patiënt in builigging moeilijk zo, niet onmogelijk is. Hier komt bij dat een ademstilstand in deze positie niet te behandelen is. Het vasthouden van een masker of het intuberen van deze patiënt gaat niet. Daarom wordt de patiënt voor de ingreep in buikligging in 'slaap' gemaakt en geïntubeerd. 

Hierna wordt de patiënt door het hele operatieteam op de buik gedraaid. Het draaien van deze patiënt gebeurt meestal door 3 personen. Voor kinderen kunnen 2 voldoende zijn en voor wat zwaardere patiënten zijn er vaak 4 personen nodig. Dit omdraaien gaat niet zonder gevaren: een slap lichaam is moeilijk om te draaien en er moet gelet worden dat de tube de luchtpijp of de stembanden niet beschadigen. De anesthesioloog geeft de leiding over het draaien van een patiënt. Hij/zij spreekt af hoe de draai gemaakt wordt. Hij/zij telt af en het hele team draait exact tegelijk te patiënt. De anesthesioloog zorgt ervoor dat het hoofd van de patiënt met het lijf meedraait. Bij het positioneren moet er ook rekening worden gehouden met het ontstaan van decubitus. 

Decubitus of doorliggen ontstaat op de plaatsen waar het weefsel gedurende langere tijd afwezig is doordat de kleinste vertakkingen van de arteriën en venen worden dichtgedrukt. Het weefsel krijgt hierdoor geen zuurstof meer wat lijdt tot weefsel sterf. Om deze decubitus te voorkomen zijn er vier preventieve maatregelen: 

  •  Zorg dragen voor een kreukloze, droge onderlaag
  • Contact met harde onderdelen van een operatietafel vermijden, door middel van een mouldingmatras. 
  • Bescherming van lichaamsdelen waarbij de huid dicht op het bot is gelegen. 
  • Bescherming van lichaamsdelen (gewrichten) die elkaar bij een bepaalde ligging raken. 




  • Let bij het draaien van de patiënt de armen of langs het lichaam of gekruist op de borst. Zo voorkomt men luxaties van het schoudergewricht. 

    Het draaien gaat meestal in twee fasen: eerst op de zij en daarna op de buik. Het is mogelijk om voor het draaien naar de zij gebruik te maken van een til laken of een kunststof plaat. De patiënt die op het laken of op de kunststof plaat ligt rolt dan makkelijk op 1 zij en kan in één beweging iets naar de zijkant van de tafel worden getrokken. Nu gaat de tweede fase in het draaien op de buik. Na het draaien wordt de patiënt in de juiste houding gelegd.


    Er zijn een paar aandachtspunten voor deze bepaalde werkwijze: 
    • Hoofd ligt in een gelkussen of ligt zijwaarts waarbij er aandacht is gegeven dat het onderliggende oor niet dubbel ligt. 
    • Ogen moet vrij liggen en gesloten zijn. 
    • Het hoofd moet worden ondersteunt zodat de neus vrij ligt. Voorhoofd en jukbeen worden hierbij ondersteund. 
    • Celstof matje plaats onder het hoofd
    • Armen mogen niet naar beneden hangen want door het gewicht knelt de radiale zenuw af, dit is een zenuw die de ledematen voorziet van prikkels. De armen liggen in voorkeur naast het lichaam. 
    • De kans op decubitus is bij de tenen, bovenkant van de voeten, knieën, penis en scrotum, borsten, wangen, ogen en oren groot. De druk moet zo laag mogelijk zijn. 

    Geen opmerkingen:

    Een reactie posten